OUDERENPASTORAAT:
Bij name genoemd…..!
Maria, de Magdaleense vrouw, moet zich enorm eenzaam gevoeld hebben op de paasmorgen, toen de twee discipelen weer naar huis gegaan waren en zij in de tuin bij Jezus’ graf achterbleef. De mannen gingen en Maria bleef. Hun geloof in de opgestane Heer was kennelijk zo groot, dat ze huiswaarts keerden. Maar ze lieten Maria wel alleen achter. Weet u, ik heb daar bij het lezen van het paasevangelie in Johannes 20 : 1-18 altijd een beetje verbaasd van gestaan. Was het geloofsijver, of enthousiasme, dat de mannen huiswaarts deed keren? Of was de emancipatie van de vrouw nog onvoldoende doorgedrongen, met als gevolg dat Maria bleef waar zij was? Wie zal het zeggen!
Maar van het begin tot het einde van het verhaal aan toe is Maria aanwezig, met als gevolg het voorrecht dat zij Jezus na de Vrijdag als eerste ontmoette. Slechts één woord was genoeg voor de herkenning.
De meester zei: “Maria”.
Weet u, als je bij name genoemd wordt, dan houdt dat in dat je geroepen wordt. Om te komen of om iets te doen, of voor iets anders. En hier op de paasmorgen was dat ook zo. Maria werd geroepen. Waarom?
Zij moest Jezus laten gaan. “Houd mij niet vast”, zei hij tegen haar, “want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader”.
Beste lezers en lezeressen, verreweg de meesten van ons zijn van jong tot oud gewoon liefhebbers van de liefde. Dat betekent dat we onze geliefde(n) en alles wat ons lief is, willen vasthouden, willen knuffelen en koesteren, in de buurt willen hebben. Maar één van de vele elementen die de liefde in zich draagt, is loslaten. Wie alleen maar vast wil houden, die komt bedrogen uit. Die bedrijft de ware liefde niet. Want naarmate we ouder worden, moeten we steeds meer loslaten: mensen van wie je houdt, je geld, je spullen, niets nemen we mee op die laatste onvermij-
delijke reis, hopelijk ten hemel toe.
Op de eerste lentedag gaf mijn oude moeder de geest. Haar leven was ten einde, terwijl de eerste lentedag zich aandiende. Een leven eindigt en nieuw lenteleven begint. Heel bijzonder om dat van nabij te ervaren.
Mijn moeder heette Ida., maar voor mij is dat geen verleden tijd. Zo heet ze nog steeds. Maar wie ouder wordt, weet dat er steeds minder mensen zijn die je bij de naam noemen. Op het laatst niemand meer, want de kinderen zeggen “mama” en de kleinkinderen “oma”. Generatiegenoten sterven en de verzorging zegt “mevrouw”of “meneer”.
Wie noemde mijn moeder nog Ida, zo vraag ik mij af. Ik pijnig het hoofd erover en ik kan er maar één bedenken die het zegt: God, de Eeuwige. En Hij moet m’n moeder bij name gezegd hebben dat ze mocht komen in het hemels huis. En ikke dan? Ik denk aan Maria, zij moest Jezus laten gaan, zoals ik m’n moe moest laten gaan; aardse handen zouden Jezus spoedig niet meer kunnen aanraken.
Een moeder, een vader, eens moet je ze loslaten, maar met Maria en vele anderen bevind ik mij hopelijk in goed gezelschap.
Hopende dat velen u nog bij name noemen, groet ik u van huis tot huis, drs. H.J.Boon
Laatst geupdate:06-05-2012